De fortificaties van Den Helder, kaart Regionaal Archief Alkmaar

Napoleon vond het onbegrijpelijk dat Den Helder zo slecht beschermd was. En daar had hij natuurlijk gelijk in, want de Engelse zeeoorlogen hadden immers geleerd dat de vijand voortdurend op de loer lag. Er was alle aanleiding om aandacht te schenken aan de verdediging van de kusten. Maar ook al liet de verdediging van het Noordelijk kustgebied te wensen over, de zandbanken van de Haaksgronden boden hun eigen natuurlijke bescherming tegen ongewenste zeemachten waardoor vooral de Engelsen verschillende oorlogsschepen hebben moeten missen op de zandbanken. Er was al wat gedaan. Op Texel werd in opdracht van Willem van Oranje in 1574 fort De Schans aangelegd, dat nu nog steeds aanwezig is. De in 1610 aangelegde zanddijk tussen Callantsoog en Huisduinen zorgde voor een betere kustverbinding. Verder zijn in 1781 zijn enkele kustbatterijen aangelegd en in 1803 een omwalling om Oud Den Helder. Er was dus al sprake van enige verdediging, maar het kon allemaal veel beter. Napoleon had de kwetsbaarheid van de Nederlandse kust aangewezen en bovendien lag de ervaring van de Brits-Russische inval in 1799 nog vers in het geheugen. Zijn bezoek aan Den Helder in 1811 overtuigde hem van de strategische waarde van de haven aan het Nieuwediep als het Gibraltar van het Noorden en hij kwam tot een groots plan om de haven van Den Helder uit te bouwen tot de belangrijkste marinehaven van het Franse keizerrijk. Direct na het bezoek van Napoleon werd begonnen met de bouw van vier forten, die aanvankelijk Franse namen kregen, maar na de nederlaag van Napoleon hernoemd werden: Fort Morland (fort Kijkduin), fort Lasalle (fort Erfprins) fort Dugommier (Het Nieuwe werk) en fort L’Ecluse (fort Dirksz. Admiraal). Deze forten – met enkele andere verdedigingsmaatregelen – kwamen in de peridode 1811-1813 gereed. De eerste belangrijke stappen tot een verdedigingslinie waren hiermee genomen. Vanuit de forten was het geschut gericht op het haven en zeegebied. Fort Morland en fort Lasalle hadden het geschut gericht op de Noorderhaaks en de Zuiderhaaks, met alle gevolgen van dien. Op 7 februari 1814 strandde een Engels transportschip op de Haaksgronden10. Het schip bevatte veel manschappen, naar schatting zo’n 300-400 man. Enkele Texelse loodschippers wisten ongeveer 40 man van het schip af te halen. De andere bemanningsleden werden op een later moment van boord gehaald. De situatie aan boord was verslechterd doordat het naast de gevaarlijke stranding op de zandbank, te maken had met stevige ijsgangen die het schip verder in gevaar brachten. En alsof dat alles nog niet genoeg was werd vanuit de batterijen op de kust het schip beschoten. De afgevuurde kanonkogels vanaf de batterijen en het fort vlogen over het Schulpengat en schoten de zeilen van het schip aan flarden. Gelukkig bleven de manschappen ongedeerd. Naar later bleek had een officier verzuimd om aan de batterijen door te geven dat het schip voer met toestemming van Admiraal Verhuell.